|
Mijn
familie komt al 25 jaar op de Ridderhof.
Mijn ouders emigreerden na de Tweede Wereld
Oorlog naar Amerika, maar we kwamen vaak
naar Nederland voor vakantie en
familiebezoek. In1984 ontdekten mijn ouders,
net gepensioneerd, de Ridderhof en
kochten huisje 40. Elk jaar kwamen ze hier 7
maanden wonen, van april tot oktober.
Als wij
tijd hadden, kwamen mijn broer en zuster en
ik ook op de Ridderhof vanuit Amerika, en in
1990 kochten we met z'n drieën huisje 17, om
ook ons eigen plekje in Nederland te hebben.
Vijf jaar geleden ging ik zelf met pensioen,
en kochten mijn man Matthew en ik
huisje 19. Elk jaar zijn we hier minstens
zes maanden. Mijn zuster en broer hebben nog
steeds huisje 17, en verblijven daar
regelmatig.
Voor
ons is de Ridderhof een dorpje—ons
dorpje in Nederland, met laantjes en
huisjes en mensen, dezelfde gezichten die
onze familie in die 25 jaar heeft leren
kennen. We hebben de kinderen van onze buren
zien opgroeien en afscheid van mensen moeten
nemen die om verschillende redenen weg zijn
gegaan.
Wij
voelen ons hier thuis. Het is veel méér dan
een stukje land met bomen en planten en
huisjes. In 60 jaar tijd is het dorpje één
geworden met de natuur.
Kan
iemand zomaar een stuk land kopen, waar een
klein groen dorpje op staat, met alles wat
een dorp inhoud geeft—een hart en een ziel—en
dat wegbulldozeren met de motivatie om in
één klap veel winst te maken?
|