|
Sommige zaken in het
leven vertonen onverwachte overeenkomsten.
Een mens en een huisje bijvoorbeeld. Ze
worden namelijk allebei oud en raken soms
versleten. Evenzeer geldt voor beide dat als
je ze goed verzorgt, de levensduur flink kan
worden verlengd. Een dergelijke overeenkomst
gaat ook op voor mij en mijn huisje 66 op De
Ridderhof. Dat bleek in 2004, toen ik de
indruk kreeg dat de gesteldheid van de
dakbedekking te wensen overliet. Een vakman
die mij van advies diende zei dat dit
absoluut het moment was om er wat aan te
doen. Als je zoiets op zijn beloop laat dan
gaat het van kwaad tot erger, zei hij,
overeenkomstig bepaalde klachten bij de
mens.
Dat zadelde mij met
het probleem op hoe te handelen. Na ampel
beraad besloot ik me een nieuwe dakbedekking
van dakpanplaten aan te schaffen, die het
voordeel hebben dat ze over een bestaand dak
heen gelegd kunnen worden. De toenmalige
eigenaar van de Ridderhof, nog in zijn goede
jaren, had ze ook toegepast op het dak van
de Ridderzael en de schuren. Hij wist te
vertellen dat er in Baarn een leverancier te
vinden was. Na precieze opmeting van het
dakvlak van mijn huisje, de platen worden
immers op maat gemaakt, volgde de
bestelling.
In het voorjaar van
2005 werden op goede dag de platen
aangeleverd door een bijzonder aardige,
Duits sprekende chauffeur die een enorm
grote vrachtwagencombinatie in zijn
achteruit de Ridderlaan had weten op te
sturen. Hoe de man dit gedaan had en door
Lage Vuursche heeft weten te manoeuvreren
zonder dat de pannenkoeken aan zijn spiegels
zijn blijven hangen, is me nooit duidelijk
geworden. Hij vroeg nog naar een
Gabelstapler, maar die had ik natuurlijk
niet. We sjouwden de platen met de hand naar
het erf van mijn huisje. Het voorbereidende
werk op het dak bestond uit het bevestigen
van latten, eerst van de nok naar de goot.
Daaroverheen, haaks
erop, de tweede laag op nauwkeurig afgepaste
afstanden. De dakpanplaten schroefde ik vast
met bijbehorende zelfborende schroeven. De
windveren verkoos ik te maken van
verduurzaamd hout, dat ik kocht bij Van der
Krol in Maartensdijk.
Over het resultaat
ben ik zeer tevreden. Het dak is nu te zien
op de luchtfoto! Dat ik tijdens de
uitvoering op het dak steeds aan Peter
Koelewijn moest denken, en met de
boormachine bij wijze van ongeluk in mijn
duim boorde, ben ik al lang vergeten. Een
regenbui op het nieuwe dak klinkt me als
muziek in de oren. Tijdens een hagelbui gaat
de volumeknop helemaal open. Er is maar één
nadeel. Wespen benutten maar al te graag de
ruimte tussen het oude en nieuwe dak om daar
een nest te bouwen. Dat is nu al drie keer
gebeurd. Gelukkig doet de gemeente De Bilt
aan plaagdierbeheersing, en werkt er een
S.V.O./C.P.M.V. gediplomeerde medewerker,
een soort bugbuster. Alhoewel ik van huis
uit mens- en diervriendelijk ben ingesteld,
heb ik de nesten van deze vliesvleugelige
terroristen van het luchtruim door hem laten
verdelgen. Er zijn tenslotte grenzen.
Wat een verschil met
hommels overigens, de nijvere goedgemutste
majestueuze luchtreuzen met hun prachtige
geluid. Ze komen in groten getale op mijn
Reuzenbalsemienen af en kruipen helemaal in
de bloemen. Een lust voor het oog, in
overeenkomst met sommige exemplaren van het
mensenras, al kruipen die niet in bloemen.
En de nieuwe eigenaar van De Ridderhof? Er
is een overeenkomst met wespen, je wilt er
eigenlijk vanaf en je mensvriendelijke aard
wordt danig op de proef gesteld. Hij kan het
dak overigens niet op want dan mocht het nog
beschadigd raken. Hij moet gewoon mijn
huisje met rust laten, want in overeenkomst
met mezelf bij overigens gelijkblijvende
omstandigheden, kan het nog jaren mee.
Kwestie van goed onderhoud en wat geluk.
|