|
Mijn
gezin kwam in 1954 bij de familie Kruiswijk.
Wij hadden een zoontje van 7 maanden en een
dochtertje van 3 jaar. Toen hadden wij 2
tenten, een kook/zit-tent en een slaaptent.
Wij kwamen in mei en gingen in oktober weer
weg. Later gingen de kinderen in het dorp
Lage Vuursche naar de lagere school. Wij
kregen nog 2 dochters. Inmiddels hadden we
toen ook een vast huisje, geen tenten meer.
Het was hier zo fijn dat we elke week kwamen,
van vrijdag tot zondag, met een gezinskaart
voor trein en bus.
Wij
hebben hier veel meegemaakt zoals de
geboorte van de prinsjes op Drakenstein.
Bij de geboorte
van
Constantijn werden wij samen
met het dorp in de kasteeltuin uitgenodigd,
waar Prins Claus in bijzijn van
Willem-Alexander en het kindermeisje met
Johan Friso bekend maakte dat Prins
Constatijn was geboren, maar dat hij nog
even in het ziekenhuis moest blijven. Mijn 2
jongste dochters vonden het leuk om de
prinsjes een handje te geven.
Toen
Willem-Alexander
werd geboren,
hadden wij het
niet zo leuk, want de
dochter van de familie Kruiswijk overleed,
op 17-jarige leeftijd. Mijn dochter Trudy
van 16 was helemaal van streek: het was haar
vriendinnetje.
Mevrouw
Kruiswijk overleed, toen ze 65 was. Haar man
stierf tien jaar na haar. Zoon Tijs bleef
achter, maar werd goed verzorgd door de
familie Metz die hier nog steeds een huisje
heeft.
Toen
kwam neef Tijs als nieuwe beheerder van het
park. De eerste tijd was goed met hem.
Afgelopen januari kreeg ik van hem een
belletje: dat hij ’t park ging verkopen. Ik
hoefde me niet ongerust te maken, want hij
had alles goed geregeld voor ons.
Dit
hadden wij allen helemaal niet verwacht.
Wij
hebben een hele fijne tijd op De Ridderhof
gehad, maar dat het zo zou lopen vind ik
niet eerlijk. Ik voel mij verraden.
Het is niet
eerlijk dat het geld altijd
zegeviert, een mens telt niet meer. Hier zal
geen zegen op rusten.
|