|
Fridtjof Brinkhuis:
Leven op de Ridderhof is gezond, dat heb ik
aan den lijve ondervonden. Ook voor m’n
twee, inmiddels illegale, huisgenoten,
behorende tot de familie van “Felix
domesticus”. Ook toen kon er in goed
overleg van alles met de vorige eigenaar,
waardoor ik deze 4 weken oude kittens kon
redden. Mits ik ze binnen zou houden en dat
is de verklaring voor het witte gaas voor de
(openslaande) ramen en deuren bij huisje zes.
Drie keer in acht jaar zijn de dames
ontsnapt en wel drie minuten per gebeurtenis;
simpel omdat het plafond buiten zo hoog zit
en dat is eng.
Huisje zes ligt aan
de Akker en als enige met terras aan de
achterkant en op het Westen. Daarom lijkt
het vaak dat we er niet zijn, we zijn dan “achter”.
En niet alleen wij, maar ook zoveel
vliegende, fladderende, kruipende,
springende, rennende, badderende,
pindaasjattende helden maken hier gebruik
van. Daarom laten we de borders zijn wat ze
zijn, en daarom hebben we bunzing-moeder en
haar jongen zien opgroeien, de eekhoorn op
briljante wijze mijn zelfgeregen twee meter
lange pindastreng zien demonteren, de eerste
oogst van de druif volledig in de bekkies
van merels zien verdwijnen (geweldig feestje
voor ze),de grote gladde slang mijn
levensgezellin van haar angst voor dit dier
zien afhelpen, de bolbliksem de boom bij
huisje dertien zien klieven.
Kijk, en dat maakt
dit plekkie uniek en waard om voor te
vechten. Een plek waar ik oud wil worden met
m’n partner, de plek die ik leen van m’n
kinders, die goed is zoals die is en die ik
dank voor z’n dagelijkse cadeautjes.
Mede namens Petra, een
ieder sterkte de tijd die voor ons ligt.
Soms is er meer te verdedigen dan centen,
alleen al om de macht ervan. Want van wie
was moedertje aarde ook weer?
Petra Delver:
Deze zomer hoorden Fridt en ik de heggemus
nogal zenuwachtig te keer gaan, en ja hoor
wat zat/kronkelde er onder de struiken door
het gevallen blad, een slang! En écht niet
zo’n kleintje. Zelf was ik eerst bang om in
donker naar buiten te gaan maar toen ik ‘m
écht nergens meer zag (hij was banger van
mij dan ik van hem) was het weer oké.
Kruiswijk had er 2 jaar terug zelf twee in
de tuin, toen hebben we daar nog informatie
over uitgewisseld, want wij hadden toen die
grappig hupsende wezeltjes. Die zelfs aan
m’n blote tenen snuffelden.... totdat ik las
dat het vleeseters waren en half opgegeten
konijnenrompjes vond voor de ingang van hun
hol onder ons huisje.
Overgens zijn er bij ons
het afgelopen jaar op vogelgebied niet
alleen de Hegge- maar ook de Grasmus geweest,
maar ook de Nachtegaal, wat zeker dankzij
onze minder aangeharkte tuin is. De Kleine
Sprinkhaanzanger, de Boomklever, Boomkruiper,
de BONTE Vliegenvanger (erg leuk) , koolmees,
kuifmees, pimpelmees, buidelmees, zwarte
mees, vink, putter, groenling,
WINTERKONINKJE (eigenlijk het hele jaar
door, of lijkt dat maar zo?), Roodborst mét
jongen, 2 Merelgezinnen, Vlaamse Gaai,
Ekster, én de bijzonder prachtige GOUDVINK,
een of andere fluiter/Tjiftjaf (die kan ik
zo snel niet uit elkaar houden), meen ook de
Snor te hebben gehoord plus altijd weer
lekker de máchtig mooie zwarte Kraai (voor
mij blijven dat heksen in vermomming en dat
vind ik een fijne fantasie, die wil ik graag
zo houden... zo tegen de 50 mag ik toch wel
weer opgaan in het magisch realisme/bijgeloof,
je moet wat doen om je omgeving een beetje
spannend te houden).
PS leuk spannend bedoel
ik dan, ik heb het niet over die andere
spanning…
|